Het gebit van de kat
Categories: Tandheelkunde |
Author:
Nanda Manuputtij |
Posted: 5-9-2008 |
Views: 1249
De kat heeft een carnivoren (vleeseter) gebit. Dat betekent dat het gebit geschikt is om een prooi mee te vangen en te verscheuren. Naast de scherpe klauwen spelen de sterke hoektanden een belangrijke rol bij het vangen en doden van de prooi. De grote knipkiezen worden gebruikt bij het verscheuren van de prooi.
De soorten en aantallen elementen van het gebit van de kat worden weergegeven in een zogenaamde tandformule. Voor de kat ziet deze er als volgt uit. Er zijn 30 gebitselementen: 12 snijtanden, 4 haaktanden, 10 premolaren en 4 molaren.
De ontwikkeling van het gebit
De ontwikkeling van het gebit van de kat begint al bij de foetus voor de geboorte: de tandkiemen voor zowel het melk- als het blijvende gebit worden al voor de geboorte aangelegd. Net als de mens en de hond heeft ook de kat een melk- en een blijvend gebit.
Het gebit bij de geboorte
De kittens worden tandloos geboren. De eerste elementen van het melkgebit komen 2-4 weken na de geboorte door. In het begin zijn er geen tanden of kiezen te zien.
Het wisselen
Het wisselen van melk naar blijvend gebit volgt een vast schema, zoals hieronder in de tabel is uitgewerkt.
Tand Doorbraaktijdstip Melkgebit Wisseltijdstip Blijvend gebit
Snijtanden 2 – 3 weken 3 – 4 maanden
Haaktanden 3 – 4 weken 5 – 6 maanden
Premolairen 3 – 6 weken 4 – 6 maanden
Molairen 5 – 6 maanden
Het blijvende gebit
Het blijvende gebit begint zich verder te ontwikkelen op het moment dat de kaken gegroeid zijn; de elementen van het blijvende gebit zijn namelijk een stuk groter dan het melkgebit. Door de groei van de blijvende elementen worden de wortels van het melkgebit geresorbeerd (opgelost) en valt het melkgebit uiteindelijk uit.